In The bicycle race fietsen bekende Nederlanders een tocht van 400 kilometer in India. Dat fietsen is aan deelnemer Leontien van Moorsel wel toevertrouwd, al waren de omstandigheden op z’n zachtst gezegd uitdagend.
“Mijn zus Wilma, die ruim drie jaar jonger is dan ik. Ik ben de betere fietser, maar afgezien daarvan heeft zij veel meer talenten. Wilma kan veel beter navigeren en is een echte wereldreiziger. Het fietsen vond ze niets, maar het contact met de mensen daar en zelfs het eten vond ze geweldig. Wilma genoot van begin tot eind van de reis. We zijn zo enorm verschillend. Bij haar zit het talent overal, bij mij alleen in mijn benen.”
“Misschien gaf Wilma me als drie- of vierjarige wel het eerste zetje. Ik fietste al vroeg en begon op mijn achtste met wedstrijden. Ik vond de dingen eromheen leuker dan het wielrennen zelf. Er waren veel kinderen om mee te spelen en de ouders hadden koelboxen vol lekker eten. Later bleek dat ik hard kon fietsen en won ik vaak. Toen ik 18 was en mijn eerste Tour de France reed, merkte ik dat ik écht goed was.”
“De overwinningen en de zwarte perioden hebben me gevormd. Ik kwam al op jonge leeftijd in de problemen en ben daardoor vroeg wijs geworden. Het is geen makkelijke periode geweest, maar ik heb mezelf wel beter leren kennen. Het heeft me gemaakt tot wie ik ben. Ik kan nu beter relativeren en accepteer mijn beperkingen. Als topsporter was ik egoïstisch; na mijn carrière ben ik een mooier mens geworden.”
Tekst: Maarten van der Meer