Sjoerd van Ramshorst geniet van zijn rol als presentator van het WK-voetbal bij Studio sport. Wel vindt hij het jammer dat zijn programma Studio voetbal is gestopt. ‘Het was de kers op de taart.’
“Samen met Gert van ’t Hof presenteer ik WK avond, de avonduitzendingen vanuit onze studio in Hilversum. Elke avond ontvangen we drie gasten, met wie we de wedstrijden van die dag bespreken; meestal zijn dat twee analisten en iemand die iets heeft met een land dat speelt. Leuk vind ik dat naast onze vaste analisten onder meer Youri Mulder, Imke Courtois en Kenneth Pérez regelmatig aanschuiven. Iemand als Sinan Can weet veel van Turkije, Iran en Irak en vertelt daarover. Zo hopen we een breed publiek te bedienen.”
“Mijn tweede, na Qatar in 2022. Hoogtepunt toen was de vrije trap in de laatste minuut van de kwartfinale tegen Argentinië. Een korte steekpass van Teun Koopmeiners op Wout Weghorst, die daaruit de 2-2 scoorde, waardoor er verlenging kwam. Fenomenaal. Kunnen juichen als je het niet meer verwacht, is toch het allermooiste. Wij van Studio sport zijn natuurlijk voetballiefhebbers en tijdens zo’n toernooi zijn we fan van het Nederlands elftal. Op hun wedstrijden verheug ik me altijd het meest.”
“Het mooiste vind ik al die culturen bij elkaar. Je ziet zoveel landen spelen die je normaal niet ziet, zoals Oezbekistan. Ik vind het ook altijd interessant om te zien hoe mensen in andere landen het toernooi beleven. En natuurlijk zie je de allerbeste voetballers ter wereld aan het werk. Wat me dit WK wel zorgen baart, zijn de enorm hoge ticketprijzen. Ik las ergens dat mensen alleen al voor een parkeerplek bij een stadion 400 dollar moeten betalen. Hoeveel fans kunnen zich dat veroorloven? Het zou een schande voor het voetbal zijn als daardoor de stadions halfleeg zijn.”
“De finale van 2010 in Zuid-Afrika: Nederland – Spanje. Als kind droomde ik er al van een WK-finale van Oranje mee te maken. Iedereen had het altijd maar over die van 1974 en 1978. Ik was in 2010 net klaar met mijn stage bij Studio sport. Met vrienden heb ik die wedstrijd op het Museumplein in Amsterdam gekeken.”