Radio-dj en muziekkenner Gijs Staverman weet als geen ander wat een goede zomerhit met een mens doet. Niet alleen in het gehoor, maar ook diep in het geheugen.
De eerste zomerhit die Gijs Staverman zich herinnert, ruikt bijna naar zonnebrand. Hij ziet zichzelf weer zitten in een bloedhete bus na een schoolreisje, ergens in de jaren 70. De ramen stonden open, alle kinderen waren loom van een lange dag buiten en uit de speakers schalde keihard een nummer van Don Mercedes. “Rocky”, zegt hij meteen. “Dat liedje verbind ik nog altijd met warmte.” Hij lacht. “Als ik muziek van vroeger hoor, vooral uit de jaren 70, dan voel ik meteen de zon.”
Voor Gijs, die al zijn hele leven met muziek bezig is, zit de magie van een zomerhit in het gevoel dat een nummer oproept, niet in hitnoteringen of aantallen streams. Neem Summer in the city van The Lovin’ Spoonful uit 1966 of In the summertime van Mungo Jerry uit 1970. Ook anno 2026 vangen deze liedjes precies hoe een warme dag voelt: loom, vrolijk en zorgeloos. Muziek kan mensen in een klap terugbrengen naar een plek waar ze ooit gelukkig waren. Naar een strand, een vakantie, een eerste verliefdheid of een lange zomeravond waarop alles nog open leek te liggen. Wat is dat eigenlijk precies, een zomerhit? Even is het stil. “Ik geloof niet dat een zomerhit heel anders is dan een gewone hit. Alleen zitten er vaak meer zomerse invloeden in. Een beetje latin, Caribische sounds, warmte in de muziek. Het moet voelen alsof je op vakantie bent.” Een echte zomerhit draait om verlangen, brengt je ergens naartoe. “Naar zon, zee, strand, vrijheid, vrienden. Zo’n nummer neemt je mee naar je vakantiebestemming, of brengt je terug naar een plek waar je heel gelukkig was.”
Zelf heeft hij dat bij Despacito van Luis Fonsi. “Niet zozeer vanwege het liedje zelf, maar vanwege alles wat er in mijn hoofd opkomt als het voorbijkomt. Toen het in 2017 uitkwam, was mijn dochter nog jong. Als ze dat nummer hoorde, begon ze meteen te dansen. Dat vergeet ik gewoon niet meer.”
Tekst: Deborah Ligtenberg