Veel mensen hebben wel zo’n zomer, die ene zomer dat alles anders was dan normaal. Voor ruimtevaartjournalist Piet Smolders (85) was dat de zomer van 1969, toen de mens voor het eerst voet op de maan zette.
In Piet Smolders’ werkkamer in Oirschot staat naast zijn bureau een schildersezel. “Als ik even geen zin heb in schrijven, ga ik schilderen”, zegt de ruimtevaartjournalist. Op het doek zijn astronauten Neil Armstrong en Buzz Aldrin afgebeeld voor hun maanlander. “Op 21 juli is het 57 jaar geleden dat ze als eerste mensen op de maan liepen, de belangrijkste gebeurtenis in mijn carrière.” In de zomer van 1969 vierden de hippies hun hoogtijdagen. Aan de andere kant van de wereld escaleerde de Vietnamoorlog. “Dat ging allemaal langs me heen”, bekent Smolders. “Ik had wel iets anders aan mijn hoofd.” Op 16 juli werd Apollo 11 gelanceerd, met als missie: mensen op de maan zetten.
Al jong was hij gefascineerd door de ruimtevaart. Hij groeide op aan de rand van Eindhoven, waar het ’s nachts nog pikkedonker was. Vanuit de opkamer van hun boerderij tuurde hij met een kijkertje uren naar de sterren. “Ik maakte daar tekeningen van en schreef er teksten bij. Mensen vonden mij maar vreemd.” Vanaf 1961 publiceerde hij artikelen over de ruimtevaart. Zijn interesse ging vooral uit naar de Russen, die als eersten een grote satelliet in de ruimte brachten en kort erna een hondje. “En in 1961 een mens: Joeri Gagarin – mijn vrouw en ik hebben onze zoon naar hem vernoemd.”
In 1968 verdiepte Piet zich op verzoek van zijn uitgever in de Amerikaanse ruimtevaart, toen duidelijk werd dat zij als eersten op de maan zouden staan. Daarom volgde hij de reis van Apollo 11 op de voet.
Vier dagen na de lancering scheidde maanlander Eagle zich van de commandomodule en begon aan zijn afdaling. Heel Nederland zat die zomernacht aan de televisie gekluisterd. In de studio in Hilversum gaf Henk Terlingen – vanaf toen bekend als ‘Apollo Henkie’ – emotioneel commentaar bij de wazige zwart-witbeelden. Deskundige Chriet Titulaer zat naast hem. Thuis in Geldrop bekeek Smolders met een 6×6-fotocamera de uitzending, samen met zijn vrouw en ouders. “Ik had geen aandacht voor hen. Het boek was voor 95 procent af, maar ik moest nog een verslag en foto’s van de landing maken.”
Het werd even spannend toen Armstrong moest overschakelen op handbesturing om kraters en grote rotsblokken te ontwijken. “Dat kostte veel brandstof, het was kantje boord.”
Om 21.17 klonk het: “Houston, de Eagle is geland. We ademen weer.”
“We zijn er!” jubelde Terlingen. “We zijn geland op de maan, dames en heren.”