Malou Petter is een van de vaste gezichten van EenVandaag. De diepgang van het programma past haar als een jas. En, zo zegt ze: ‘Ik ga heel lekker op dat livegevoel.’
Het is belangrijk om op een plek te werken waar je je helemaal thuis voelt. Sinds haar kortstondige avontuur bij Talpa weet journalist en presentatrice Malou Petter dat beter dan ooit. Na een verleden bij het Jeugdjournaal en het NOS Journaal presenteert ze nu alweer ruim een half jaar EenVandaag. “Ik heb het erg naar mijn zin”, vertelt ze. “Het is een fijne redactie, die enorm veel verschillende expertises in huis heeft. Over welk onderwerp het ook gaat, er komt meteen input vanuit allerlei perspectieven. Ook leuk: we gaan binnenkort verhuizen naar een nieuwe studio. Met de nieuwe camera’s waarmee we gaan werken, komen we nóg meer de huiskamer in.”
“Er gebeurt heel veel in de wereld; soms is het een wirwar aan informatie. Wat EenVandaag goed doet, is daar de belangrijkste dingen uitpikken en onderzoeken wat die betekenen voor de kijkers. Neem de problemen bij het UWV of de misstanden in de zorg. Die urgentie vind ik heel belangrijk. Ik beschouw het als een voorrecht dat ik over dergelijke onderwerpen in gesprek mag gaan met experts.”
“De persoonlijke verhalen raken me het meest. Een tijdje geleden hebben we een aantal reportages gemaakt over mensen die in armoede leven. Daar waren gezinnen bij die noodgedwongen in zwaar beschimmelde huurwoningen wonen, wat tot gezondheidsklachten leidt. Zulke verhalen laten zien wat de gevolgen van armoede echt zijn. En het thema femicide – vrouwenmoord – maakt altijd veel indruk, ook omdat ik zelf een jonge vrouw ben. Als ik in de studio nabestaanden spreek, zijn dat altijd heel indringende gesprekken.”
“Zulke gesprekken blijven me zeker bij. Tegelijkertijd draag ik als journalist een professionele bril, die als een soort filter werkt. Dat moet ook, anders houd ik dit werk niet vol. Bovendien spreek ik de meeste mensen maar één keer, waardoor er vanzelf een bepaalde afstand blijft. Als verslaggever ben ik in ramp- en oorlogsgebieden geweest. In dat soort situaties vond ik het vaak ingewikkelder om wat ik gezien had los te laten. Zo heb ik reportages gemaakt op het Griekse eiland Lesbos, in vluchtelingenkamp Moria. Toen ik terug was in Nederland, had ik moeite om te aarden. Ik dacht steeds: op nog geen vier uur vliegen hiervandaan leven gezinnen in overvolle tenten, zonder veiligheid of perspectief. En hier maken we ons druk over een paar kilometer file of een regenachtige dag. Dat contrast heeft nog lang door mijn hoofd gespookt.”
Tekst: Lydia van der Weide