Turnen
informatief
13 oktober 2026
Fotocredit: Magnific/Viarprodesign

‘De zaal barst los na de afsprong’

De beste turners verzamelen zich in Rotterdam voor de WK turnen. Voormalig olympisch kampioen Epke Zonderland is toernooidirecteur en kijkt vooruit naar zijn toernooi. ‘Iedereen wil schitteren voor eigen publiek.’

De laatste confetti is net uit de hoeken weggeveegd. Twee dagen eerder traden Gerard Joling, Snap! en Johnny Logan op in Ahoy. Nu starten op dezelfde plek de WK turnen. Vanaf zaterdag 17 oktober is de Rotterdamse concerthal negen dagen lang het middelpunt van de turnsport. Het is de derde keer in de geschiedenis dat de allerbeste turners in Rotterdam laten zien wat ze kunnen. De eerste twee WK’s waren in 1987 en 2010. Epke Zonderland haalde tijdens die laatste editie zilver op zijn onderdeel rekstok. Hij was onder de indruk van die WK in eigen land. “Dat was echt uniek. Iedereen stond achter me; de koninklijke familie zat zelfs op de tribune. Heel speciaal is dat zo’n volle zaal muisstil was tijdens mijn oefening en dan juist compleet losbarstte na de afsprong. Een enorme ontlading met veel gejuich en geschreeuw. Dat geluid en die sfeer vergeet ik nooit meer.”

Zestien jaar later staat Epke opnieuw op de WK. Nu niet als actieve sporter, maar als toernooidirecteur. “Al is toernooi-ambassadeur misschien een beter woord om te omschrijven wat ik doe.” Hij geeft interviews aan kranten, televisie, radio en tijdschriften en is aanwezig bij bijeenkomsten en voorbeschouwingen. “Ik noem mezelf een uithangbord voor de WK.”

Zo promoot Epke de wereldkampioenschappen, maar ook het turnen zelf. “Het is een fijne kijksport. Ik denk dat het voor veel mensen tot de verbeelding spreekt dat turners zulke gave dingen kunnen met hun lichaam. Daar komt bij dat elk onderdeel zijn eigen kwaliteiten heeft. De acrobatische toeren op de mat zijn compleet anders dan het pure krachtonderdeel ringen. Dat maakt het een heel afwisselende sport, die mooier wordt als je vaker kijkt. Dan begrijp je beter hoe het werkt met de oefeningen en de beoordelingen van de jury.”

Tekst: Maarten van der Meer

Back to top