De tweedelige documentaire Meisje met de parel – Portret van een icoon vertelt over het beroemde schilderij van Johannes Vermeer. Dat is nu te zien in Japan. Wat maakt het schilderij zo bijzonder?
Het schilderij heet nog niet zo lang Meisje met de parel. Tot 1995 stond het bekend als Meisje met tulband. Waarschijnlijk maakte het opvallende blauw vroeger de meeste indruk. In de periode dat het geschilderd werd (waarschijnlijk 1665) was dat een heel dure kleur. Vermeer gebruikte als pigment ultramarijn dat in Afghanistan gewonnen werd uit de halfedelsteen lapis lazuli. In de zeventiende eeuw was ultramarijn duurder dan goud. Een andere bijnaam van het werk is De Mona Lisa van het Noorden.
In 2018 is het schilderij grondig geanalyseerd, onder andere met röntgenapparatuur, scantechnieken en digitale microscopie. Het project kreeg zelfs een naam: Meisje in de schijnwerpers. Uit het onderzoek bleek dat er oorspronkelijk een groot, groen gordijn in de achtergrond hing. Door de verflagen te analyseren, bleek dat de opvallende oorbel als laatste geschilderd werd. Verrassend was ook dat er in de verf nog haartjes van de kwasten van Vermeer zaten.
In 1995 doopte het Mauritshuis in Den Haag het schilderij om van ‘Meisje met de tulband’ naar ‘Meisje met de parel’. Een titel waar wat op af te dingen valt. Het glimmende voorwerp in het rechteroor lijkt een parel, maar is dat waarschijnlijk niet. Wetenschappers wijzen daarbij op de peervorm, de spiegelende weerkaatsing en de uitzonderlijke grootte. Vermeer schilderde vaker zulk soort sieraden. Op zijn schilderijen Meisje met de rode hoed en Meisje met de fluit zijn ze ook te zien.
Tekst: Maarten van der Meer