Al 35 jaar animeren studenten van de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht wekelijks twee vragen in de kennisquiz 2 voor 12. Hoe doen ze dat en hoe kwam het filmpje van deze week tot stand?
“De volgende vraag is gemaakt door studenten van de HKU.” Al ruim 35 jaar vraagt 2 voor 12-presentatrice Astrid Joosten speciale aandacht voor de vragen waarbij studenten van de opleiding Animatie aan de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht animatiefilmpjes hebben gemaakt. Deze week volgt na haar aankondiging een vraag over een specifiek gerecht dat bedacht is in een restaurant in Venetië. Tweedejaarsstudenten Alaric Uiterwijk en Emma Hageman maakten dat filmpje van een minuut in een kleurrijke stijl. “We hebben alles met een soort digitale kwasten getekend op de computer. We hopen dat de kijkers het resultaat grappig vinden.”
Elk seizoen stuurt de redactie van 2 voor 12 de opleiding Animatie aan de HKU een lijst met onderwerpen. Daaruit mogen de studenten kiezen, daarna krijgen ze twee weken de tijd om hun animatie te maken. “Twee weken voor een filmpje van een minuut klinkt misschien als veel tijd, maar het is flink doorwerken”, vertellen Emma en Alaric. De voice-over van Job Cohen, oud-burgemeester van Amsterdam, dient als basis voor de filmpjes. De studenten gaan daarmee aan de slag en maken eerst op papier en post-its een verhaallijn en voorbeelden van de animatie.
Redacteuren bekijken die en geven feedback die de studenten moeten verwerken. “In de vraag die wij doen, komt bijvoorbeeld een schilder voor. Alleen hadden we per ongeluk een afbeelding van de verkeerde persoon gekozen. Daardoor kon een tekening waaraan we twee dagen gewerkt hadden in één keer de prullenbak in.”
Vanuit de HKU staat Egbert de Ruiter de studenten bij. Hij is ervaringsdeskundige: in zijn studietijd maakte hij zelf ook filmpjes voor 2 voor 12. In 1992 zelfs eentje waarin Astrid Joosten een hoofdrol had, letterlijk. “Daarvoor hebben we een mal van haar hoofd gemaakt. Astrid lag met vaseline op haar wenkbrauwen en rietjes in haar neus op tafel. Met gips en tandartsklei hebben we een afdruk van haar hoofd gegoten, zodat we daar gekke dingen mee konden doen.”
Tijdens het maakproces houdt Egbert in de gaten of alles goed loopt. Inmiddels weet hij precies wat wel en niet kan in het programma. “Het belangrijkste is dat de studenten een idee hebben dat ze kunnen uitvoeren in de tijd die ervoor staat.” Daarnaast let hij erop dat hun aanpak creatief genoeg is. “Voor hen is het een soort speeltuin. Ze kunnen een andere stijl of techniek uitproberen of iets geks doen; bijvoorbeeld iets wat voor een langere film te ingewikkeld is.”
Tekst: Maarten van der Meer