Nederland speelt de tweede en derde groepswedstrijd tegen respectievelijk Zweden en Tunesië. Wat kunnen we van deze tegenstanders verwachten?
Zweden is dit WK de tweede tegenstander van Oranje. Op papier is dat een makkie: Nederland won zijn kwalificatiepoule overtuigend, terwijl Zweden met twee punten roemloos onderaan eindigde in groep B, onder Zwitserland, Kosovo en Slovenië. Via de Nations League plaatste het land zich alsnog voor het wereldkampioenschap, door eerst Oekraïne en vervolgens Polen te verslaan.
Dat de Scandinaviërs in die wedstrijden wel goed speelden, schrijven kenners en fans volledig toe aan de nieuwe bondscoach Graham Potter. Afgelopen oktober volgde de Engelsman de Deen Jon Dahl Tomasson op, die in de jaren 90 en 00 onder meer bij sc Heerenveen en Feyenoord speelde. Dat ontslag was een unicum: in zijn ruim honderdjarig bestaan had de Zweedse voetbalbond nog nooit eerder een bondscoach de laan uitgestuurd.
Wat is Potters geheim? Hij gaat anders met zijn selectie om dan de meeste andere coaches. Zo liet hij eerder spelers toneelstukken opvoeren of muziekstukken uitvoeren om het groepsgevoel te versterken.
In de selectie voerde hij geen grote wijzigingen door, maar hij veranderde de speelwijze wel: balbezit is nu heilig. Ook bouwde hij extra zekerheid in door met drie centrale verdedigers te spelen. Dat zorgt voor rust en het geeft de twee vleugelverdedigers de ruimte om op te komen en de aanval te bedienen.
En precies daar ligt de grote kracht van de tweede tegenstander van Oranje. Voorin staan de slimme Liverpoolspits Alexander Isak (ex-Willem II) en man in vorm Viktor Gyökeres. Hij werd Engels kampioen met zijn club Arsenal en is de laatste tijd uiterst trefzeker in de nationale ploeg. De Nederlandse verdedigers, en keeper Bart Verbruggen, zijn dus gewaarschuwd.
Tekst: Maarten van der Meer