Hoe ruikt, voelt, klinkt en smaakt de zomer? En hoe ziet die eruit? Bekende Nederlanders vertellen de komende weken regelmatig over hun zinnenprikkelende zomers. Dit keer Rivkah op het Veld. ‘Festivals waren een belangrijk ding.’
Als Rivkah op het Veld aan de zomer denkt, denkt ze aan werken. “De laatste tien jaar ben ik ‘s zomers non-stop bezig. Onder andere met het Nederlands vrouwenelftal, dat ik volg tijdens EK’s en WK’s.” Niet dat de Studio sport-presentatrice dat erg vindt. “Als kind wilde ik al niet weg als de Olympische Spelen in de zomervakantie vielen. Dan wilde ik gewoon thuis voor de tv zitten.”
“Italië en Frankrijk waren de landen waar we het meest heen gingen. Meestal naar campings. Mijn moeder en stiefvader waren echte kampeerders. Bij mijn vader was het een soort tussenvorm: op een camping in een gehuurde, vooraf opgezette tent. Door die vele jaren kamperen kan ik zo de geur bovenhalen van de tenten, de opblaasmatjes en de slaapzak. Een combinatie van rubber, plastic en een muffe lucht. Niet de meest romantische geur.”
“Ja. Soms met een overlap. Dan waren mijn broertje en ik met onze moeder en stiefvader op de camping in Italië. Onze vader en stiefmoeder kwamen daar ook heen en dan gingen we de rest van de vakantie met hen mee. In goede harmonie overigens. Natuurlijk had het wat tijd nodig, maar het was gelukkig geen vechtscheiding. Iedereen ging goed met elkaar om, en dat is in de loop der jaren alleen maar beter geworden.”
“We gingen ook vaak naar Zuid-Limburg, daar hadden mijn opa en oma een caravan staan. Dan zaten we daar een weekend, of een weekje. Ik was nog klein, maar bewaar er warme, levendige herinneringen aan. Een beetje rondbanjeren over het terrein met mijn broertje. En voetballen op het verpieterde grasveldje. Als ik droog gras ruik, denk ik gelijk aan die dagen dat we urenlang op de goal aan het schieten waren. En ik proef nog mijn favoriete ijssmaak: munt met chocoladebrokjes, een soort after eight-ijs. Er zijn aardig wat jeugdfoto’s waarop de kleine Rivkah een grote bol ijs aan het wegwerken is. Zomers van toen leken eeuwig te duren. Met van die eindeloze dagen, dat we echt niet meer wisten wat we moesten met onze tijd. Niet op een vervelende manier overigens, meer een prettig soort verveling.”
Tekst: Jeroen Keijzer